MS woordenboekje

woordenboekje

Afweersysteem of immuunsysteem

Dit is iets in je lichaam, dat ervoor zorgt dat je niet snel ziek wordt. Als zieke bacterien je lichaam binnen komen, dan gaat je afweersysteem ‘vechten’ tegen die zieke bacterien. Daardoor word je niet ziek. Bij MS gaat dit systeem juist ‘vechten’ tegen de gezonde cellen in het lichaam. Hoe dit komt, weet niemand.

Chronisch

Iets dat niet meer over gaat. MS is een chronische ziekte: als je het hebt gaat het niet meer weg.

Diagnose

Als de dokter vertelt dat iemand een ziekte heeft, en welke ziekte dat is, dan heet de uitslag daarvan de diagnose.

Infuus

Medicijnen in een fles met vloeistof, die via en slangetje je arm in loopt.

MRI

Een serie foto’s van bijvoorbeeld de hersenen. Om de foto’s te maken word je langzaam in een soort tunnel geschoven. Je voelt er niets van, het maakt alleen veel lawaai.

MS-verpleegkundige

Hij of zij is geen arts maar weet wel heel veel van MS. Bij deze verpleegkundige krijg je alle informatie die je nodig hebt en word je geholpen met eventuele problemen die door MS ontstaan.

Multiple Sclerose

Een ziekte van het centrale zenuwstelsel.

Myeline

Een beschermlaag die rondom de zenuwen zit. Bij MS krijg je ontstekingen die deze beschermlaag beschadigen. Daardoor komen de opdrachten van je hersenen niet altijd aan waar ze zijn moeten.

Neuroloog

Een arts die verstand heeft van zenuwen.

Schub

Een plotselinge verergering van MS. Gaat na enige tijd weer over. Andere woorden met dezelfde betekenis: aanval, exacerbatie, opflakkering, opstoot, relaps. Komt voor bij de relapsing-remitting vorm van MS (RRMS).

Symptoom

Dat wat je merkt van een ziekte. Bijvoorbeeld keelpijn als je verkouden bent, of koorts bij griep.

Zenuw

Een draad die het centrale zenuwstelsel verbindt met de zintuigen en de spieren. Via je zenuwen wordt een boodschap vanuit je hersenen naar bijvoorbeeld je voet verstuurd. Je voet weet dan dat hij moet gaan lopen.